Preventie Ongewenste Intimiteiten


De werkgroep Protocol Preventie Ongewenste Intimiteiten is druk bezig geweest met het ontwikkelen van een nieuw protocol. Het volledige protocol vervangt het onderdeel Intimiteiten uit de afdelingsmap.
Op het leidinggedeelte kun je het nieuwe deel voor je afdelingsmap downloaden. Het is ook te koop in onze webwinkel.

In de webwinkel vind je producten die het thema Intimiteiten bespreekbaar maken:

Protocol Preventie Ongewenste Intimiteiten (€ 10.00)
Deze full-colour brochure (20pag) vervangt het gedeelte Intimiteit in de afdelingsmap
Inhoud
Hfd 1: Wat is seksueel misbruik
Hfd 2: Hoe maak je je afdeling veilig
Hfd 3: Meldprotocol: Signaleringstaak en meldplicht
Hfd 4: Taken van het bestuur en de vertrouwenspersoon

't Zinnige activiteitenboek (€ 3.50)
Een zeer bruikbaar boek (138p) vol groepsactiviteiten rond het zorgvuldig omgaan met grenzen, intimiteiten, relaties en gevoelens
Bestemd voor kinderen en jongeren van 5 tot 20 jaar
Uitgave: 1998

Bordspel 'De Verleiding' (€ 5.00)
Dit spel doorbreekt het taboe over intimiteit. Het spel De Verleiding biedt groepsbegeleiders van jeugd van 13 t/m 17 jaar een handreiking om op een leuke manier over intieme zaken te praten en gedragsregels af te spreken. De deelnemers worden tijdens het spel continu in de verleiding gebracht en moeten door middel van vragen en opdrachten proberen de verleiding te weerstaan. Doel van het spel is om te komen tot het afspreken van gedragsregels binnen de groep, op het gebied van intimiteiten, maar ook over drugs, roken, alcohol en pesten. De Verleiding is geschikt voor groepen bij sportclubs, jeugdverenigingen, scholen en jongerenwerk. Het spel wordt compleet geleverd met spelboek, spelposter, dobbelstenen en pionnen. 

Bordspel 'De Verleiding' voor leidinggevenden (€ 7.00)
De Verleiding is een uitdagend spel waarin men wordt verleid met elkaar in gesprek te gaan over diverse onderwerpen die soms nogal moeilijk bespreekbaar zijn. In de versie voor leidinggevenden deze onderwerpen: Pesten, Samenwerking, Roken, Gezelligheid, Grenzen, Drank, Tolerantie, Sfeer, Intimiteit. Naar aanleiding van opdrachten ontstaat er discussie rond een bepaald onderwerp. Door middel van vragen kunnen de deelnemers de mening van elkaar toetsen. Doel van het spel is om het gewenste en ongewenste gedrag in je team bespreekbaar te maken en samen afspraken te maken, die jullie gaan hanteren.

VOG


Het Landelijke Bestuur Jong Nederland adviseert om voor alle kaderleden en bestuursleden een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) aan te vragen. Een VOG sluit seksueel misbruik in het verleden en toekomst niet uit, maar laat wel zien dat wij als Jong Nederland ons bewust bezig houden met dit onderwerp en kan zo potentiële daders wel afschrikken.

Klik hier voor meer informatie over de VOG

Als Jong Nederland-afdeling kunnen jullie gratis VOG's voor jullie vrijwilligers aanvragen. 

Meld jullie afdeling aan via de stappen op www.gratisvog.nl.

Gebruik deze link voor het aanvragen van je eHerkenning1
www.eherkenning.nl/inloggen-met-eherkenning
Tip: Bij Connectis is het gratis

Gedragscode


Niets is zo fijn om als Jong Nederland afdeling te kunnen zeggen dat je een geoliede machine bent die haar zaakjes goed op orde heeft. Zowel voor vrijwilligers als voor de leden. Dit houdt in dat naast de aanwezigheid van een fysiek veilige (speel)omgeving en veilige materiaal, leden zich ook veilig kunnen vóelen. Voor alle mensen die in een afdeling actief zijn, is een fysiek en sociaal veilige omgeving belangrijk. De afdeling moet ook in haar eigen belang werken aan het voorkomen van seksueel misbruik en grensoverschrijdend gedrag. Eén van de stappen die het Landelijk Bestuur van Jong Nederland neemt om de organisatie veiliger te maken, is de invoering van het verplicht ondertekenen van de gedragscode.

Per 1 januari 2010 moeten alle vrijwilligers, stagiaires en betaalde krachten de gedragscode tekenen. Afdelingen zijn zelf verantwoordelijk voor het laten tekenen van de gedragscode en voor het bewaren hiervan. Deze kunnen desgewenst opgevraagd worden door het Landelijk Bestuur. Een ondertekende gedragscode kan in geval van grensoverschrijdend gedrag helpen in een juridisch (strafrechtelijk of tuchtrechtelijk) traject. De vrijwilligers, stagiaires en betaalde krachten dienen, voor het tekenen van de gedragscode, kennis genomen te hebben van de toelichting op de gedragscode.

De gedragscode en de toelichting zijn hieronder te downloaden. We bevelen aan om de gedragscode op te nemen bij vrijwilligers- en arbeidsovereenkomsten.

Omgangsregels


Een manier om een veilige omgeving te creëren is het actief hanteren en uitdragen van de omgangsregels die binnen Jong Nederland zijn vastgesteld. Deze regels worden gebruikt als huisregels van iedere Jong Nederland afdeling. Elke vrijwilliger, jeugdlid, ouder of andere betrokkene binnen de organisatie houdt zich aan deze huisregels.

Alle Jong Nederland afdelingen hebben posters ontvangen met de omgangsregels. Om ervoor te zorgen dat de omgangsregels goed te zien zijn voor iedereen, hangt de poster met omgangsregels van Jong Nederland op een goed zichtbare plek.
Tip: Hang de poster op bij de ingang van de accommodatie en op diverse andere plaatsen in de accommodatie zodat iedereen de omgangsregels vaker tegenkomt.

Omgangsregels Jong Nederland
Wij vinden het belangrijk dat iedereen die naar Jong Nederland komt, zich prettig en veilig voelt. De omgangsregels geven aan hoe we op een fijne manier met elkaar om kunnen gaan. Wanneer iedereen zich aan deze huisregels houdt, zorgen we er samen voor dat iedereen een leuke tijd heeft hier.
1. Respecteren en accepteren. Iedereen hoort erbij.
2. Houd rekening met de grenzen die de ander aangeeft.
3. Alle dingen hebben een doel. Kapotmaken is niet cool.
4. Ben bewust van je invloed in de groep. Ga er verstandig mee om en kwets niemand.
5. Pesten is nooit goed. Zorg dus dat je aardig doet.
6. Schelden, uitlachen, roddelen, doe daar niet aan mee. Tegen gemeen zijn zeg je: Nee!
7. Een groep vorm je met elkaar. Negeren is dus raar.
8. Vind je iets niet fijn? Zeg dan: “Stop, houd op!” Lukt het niet alleen, vraag dan hulp.
9. Doe geen dingen die de ander niet wil. Houd gepaste afstand, dat is wel zo chill.
10. Help elkaar waar nodig is, dan gaat het nooit mis!
11. Zorg je mee voor een fijne sfeer? Denk dan aan deze afspraken, telkens weer.

Risicoanalyse


We raden afdelingen aan om een risicoanalyse te maken op hun afdeling. Niet overal en niet bij iedere functie is de kans op seksueel misbruik even groot. Kijk op de afdeling wie er met de kinderen werken, op welke momenten en in welke context.

De persoon
Het gaat in deze niet zozeer om individuen als wel om functies. Het is vaak eenvoudig om vast te stellen wie er direct met jeugdleden te maken krijgt. Minder duidelijk is het bij functies waarbij een medewerker wel op de afdeling aanwezig is, maar geen begeleidingstaken heeft naar de jeugdleden. Denk bijvoorbeeld aan iemand die de tuin onderhoud of de was doet. Per afdeling moet ingeschat worden of deze personen een risico vormen voor de jeugdleden. Van personen (plegers) die kinderen misbruiken, is bekend dat zij kwetsbare kinderen op grote afstand herkennen. Soms werken zij jarenlang aan het opbouwen van een relatie met het kind, voordat het misbruik daadwerkelijk plaatsvindt. Personen in dit soort functies kunnen voldoende gelegenheid hebben om toch een contact met het kind op te bouwen.

De gelegenheid
Het gaat hier om situaties waar de vrijwilliger alleen is met minderjarigen of situaties waar lichamelijk contact onvermijdelijk of gewenst is. Is het in jullie afdeling vanzelfsprekend dat volwassenen alleen zijn met een minderjarige? Dan kán dit een risico vormen en gelegenheid bieden tot misbruik voor plegers. Hoe zijn de verhoudingen tussen vrijwilligers en jeugdleden? Zolang het onderwerp seksueel misbruik bespreekbaar is en iedere vrijwilliger weet dat hij of zij terecht kan met twijfels over het eigen handelen of dat van anderen bij de vertrouwenspersoon, kan de gelegenheid tot misbruik worden beperkt.

De omgeving
Je accommodatie en de omgeving kunnen een potentiële pleger de ruimte geven die hij of zij nodig heeft voor grensoverschrijdend gedrag. Zijn er veel afgesloten of afgelegen ruimtes (waar geen zicht is op wat er binnen gebeurt)? Hoe is een accommodatie ingericht? Slapen vrijwilligers samen met minderjarigen in één ruimte? Dit alles vraagt om een kritische blik en inschatting van de risico’s.

De risicoanalyse
- Welke risico’s zijn er bij ons? (risico’s inventariseren)
- Hoe groot zijn deze risico’s?
- Welke risico’s kunnen worden verkleind?
- Welke risico’s zijn het meest urgent?
Uit de risicoanalyse kunnen een aantal verbeterpunten naar voren komen. Ga met een aantal personen na wat er aan deze risicovolle situaties gedaan kan worden.

Vertrouwenspersoon


Jong Nederland adviseert afdelingen een vertrouwenspersoon aan te stellen waar vrijwilligers, jeugdleden, ouders en andere betrokkenen terecht kunnen. Bij een vertrouwenspersoon kun je terecht met vragen, dilemma’s, klachten en vermoedens met betrekking tot grenzen, grensoverschrijdingen en seksueel misbruik bespreekbaar te maken.

De afdeling kan kiezen voor een vertrouwenspersoon die deel uitmaakt van de afdeling (interne vertrouwenspersoon) of een externe vertrouwenspersoon. Een interne vertrouwenspersoon kent de afdeling en de cultuur beter. De leden kennen haar of hem waardoor de drempel om naar deze persoon te stappen laag is. Een externe vertrouwenspersoon staat verder van de afdeling af en kan zich daardoor onpartijdig en onafhankelijker opstellen.

Het profiel en de taken van vertrouwenspersonen:

Het profiel van de vertrouwenspersoon. De vertrouwenspersoon:
· geniet het vertrouwen van de kinderen, ouders en verzorgers, en afdeling;
· is gemakkelijk bereikbaar en te benaderen;
· kan zowel met kinderen als volwassenen goed communiceren;
· heeft een invoelend vermogen, is in staat elke melding serieus te nemen en kan signalen van kinderen verstaan;
· heeft kennis van de aard en omvang van ongewenste intimiteiten en welke gevolgen dit voor kinderen heeft;
· kan met vertrouwelijke informatie omgaan en is in staat zich onafhankelijk op te stellen;
· heeft kennis van het terrein van opvang en verwijzing.

De taken van de vertrouwenspersoon. De vertrouwenspersoon:
· brengt het onderwerp ongewenste intimiteiten regelmatig onder de aandacht bij de afdeling;
· signaleert ongewenste omgangsvormen binnen de afdeling, maakt deze bespreekbaar en geeft advies bij vragen op het gebied van intimiteit en contact met jeugdleden;
· is het eerste aanspreekpunt bij vragen, dilemma’s, vermoedens of meldingen met betrekking tot ongewenste intimiteiten;
· draagt zorg voor de eerste opvang van leiding en slachtoffers die met ongewenste intimiteiten zijn geconfronteerd en verwijst hen eventueel naar hulpverlenende instanties.
· handelt volgens het protocol ongewenste intimiteiten;
· begeleidt desgewenst de melder indien er een melding wordt ingediend of aangifte wordt gedaan en verleent nazorg;
· houdt een logboek bij vanaf het moment dat er melding is gedaan en houdt hiervan een archief bij [Dit is nodig om handelwijzen te kunnen verantwoorden en om gespreksverslagen als 'bewijsmateriaal' in een eventueel strafrechtelijk onderzoek te kunnen gebruiken];
· doet een melding bij het Landelijk Bestuur indien er sprake is van (vermoeden van) ongewenste intimiteiten.

Andere taken van de vertrouwenspersoon
Natuurlijk is de aanstelling van een vertrouwenspersoon er niet alleen in het geval van ongewenst intimiteiten of seksueel misbruik. Er zijn verschillende andere zaken te noemen waarin een vertrouwenspersoon een rol kan spelen. Voorbeelden van andere zaken zijn:
· een ouder is het oneens met bepaalde activiteiten tijdens de opkomst en vindt het moeilijk om leiding rechtstreeks aan te spreken of vindt dat er onvoldoende gehoor is,
· de leiding van de ene leeftijdsgroep ergert zich aan het drankgebruik van leiding in een andere leeftijdsgroep,
· de sfeer bij de Junioren verslechtert, omdat een paar pestkoppen de boel verzieken,
· de traditionele kampdoop bij de Senioren wordt wel erg extreem en onplezierig voor wie hem moet ondergaan.

Landelijke ondersteuning
De vertrouwenspersoon kan bij het uitoefenen van zijn taak ondersteuning nodig hebben. Hij kan dit krijgen bij het Landelijk Bestuur van Jong Nederland. In noodgevallen en bij calamiteiten is Jong Nederland 24 uur bereikbaar.

Zet het onderwerp Preventie Ongewenste Intimiteiten op de agenda


Het voorkomen van seksueel misbruik of ongewenst gedrag is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle betrokkenen bij Jong Nederland. Een van de stappen in het nemen van die verantwoordelijkheid, is het bespreekbaar maken van het onderwerp. Door een goed preventiebeleid, kan veel leed voorkomen worden. Voor alle afdelingen geldt dat ze moeten proberen een situatie te creëren waarin de kans op misbruik zo klein mogelijk is.

Het agenderen van dit onderwerp kun je in etappes doen:
• agenderen in het bestuur;
• agenderen en voorbereiden met speciale bestuurscommissie;
• agenderen tijdens thema-avond met de vrijwilligers;
• agenderen tijdens een themabijeenkomst met ouders/betrokkenen.

Het is niet zo dat je het onderwerp eerst in al deze geledingen agendeert en daarna pas vervolgstappen gaat zetten. Om het onderwerp te kunnen bespreken met begeleiders, kinderen en ouders is voorbereiding nodig op het gebied van omgangsregels, gedragscode, risicoanalyse, vertrouwenspersoon, VOG, meldprotocol, statuten, tuchtrecht en het registratiesysteem. Al deze onderdelen grijpen in elkaar en vormen samen het fundament van een goed preventiebeleid. Ga dus niet “out of the blue” met alle betrokkenen over seksueel misbruik praten. Bespreek het eerst in het bestuur en bepaal vervolgens welke doelgroepen op welk moment betrokken of geïnformeerd moeten worden. Op die manier introduceer je het onderwerp binnen je afdeling.

Meldprotocol: Signaleringstaak en meldplicht


WAT TE DOEN BIJ (EEN VERMOEDEN VAN) ONGEWENSTE INTIMITEITEN EN/OF SEKSUEEL MISBRUIK
 
1. SIGNALEREN
Iedereen binnen Jong Nederland kan seksueel misbruik signaleren. Om signalen op te pikken is het van belang te weten welke signalen kunnen leiden tot vermoedens van seksueel misbruik. Als er situaties voordoen waar je geen goed gevoel over hebt en je maakt je zorgen, maak dit dan bespreekbaar. Hier zijn een aantal tips voor het omgaan met signalen:
- Zet de signalen op een rij en bekijk ze objectief;
- Volg je eigen gevoel;
- Zoek niet naar bewijzen;
- Trek geen overhaaste conclusies, maar laat het er ook niet te snel bij zitten;
- Neem contact op met het bestuur of de vertrouwenspersoon
- HANDEL NOOIT ALLEEN!

Spontane onthulling
Het kan ook zijn dat een jeugdlid je spontaan vertelt over het misbruik of dat een ouder zijn zorgen naar je uitspreekt. Luister dan naar het verhaal en stel zo weinig mogelijk vragen. Het stellen van vragen kan er namelijk bij kinderen voor zorgen dat hun herinnering vervormd wordt, waardoor een eventueel later onderzoek door de politie minder betrouwbaar wordt. Verwijs ouders en/of kind door naar de vertrouwenspersoon en vertel dat je ook zelf de vertrouwenspersoon inlicht. Neem nooit zelf contact op met de vermoedelijke pleger. De beste manier om het misbruik te stoppen en aan te pakken, is een objectief en een officieel onderzoek.

Betrapping op heterdaad
Wanneer je zelf iemand op heterdaad betrapt, blijf dan rustig en laat het slachtoffer niet alleen. De veiligheid van het kind staat voorop. Als de situatie bedreigend is, bel dan 112 zodat de politie kan ingrijpen. Laat de toestand zoveel mogelijk onaangeroerd in verband met een eventueel sporenonderzoek. Stel ook hier zo weinig mogelijk vragen, maar stel het kind op zijn/haar gemak. Bel de zedenpolitie, meld waarover het gaat en vraag om instructies. Licht dan later de vertrouwenspersoon en het bestuur in.

2. MELDPLICHT
Iedereen die seksueel misbruik vermoedt, of erover hoort, is verplicht dit te melden bij het bestuur en/of de vertrouwenspersoon. De meldplicht overstijgt alle andere belangen die in het geding zouden kunnen zijn, zoals de wens tot geheimhouding bij het slachtoffer. Je kunt het slachtoffer geen geheimhouding beloven. Wanneer je twijfelt over de ernst of het terecht zijn van een vermoeden, kun je overleggen met de vertrouwenspersoon. Je kunt ook met je vragen of voor advies altijd terecht bij het AMK (Advies en Meldpunt Kindermishandeling). Dit kan anoniem. Een melding is nog geen beschuldiging! Na een melding wordt zorgvuldig en objectief onderzocht wat er aan de hand is. Er is oog voor zowel de privacy en belangen van het vermoedelijke slachtoffer als die van de beschuldigde. Het bestuur is verantwoordelijk om tot verder handelen over te gaan. Hiervoor heeft Jong Nederland een stappenplan ontwikkelt.
 
Voorlopige zwijgplicht na een melding
Naast de meldplicht geldt een voorlopige zwijgplicht voor het bestuur, de melder en de leiders binnen Jong Nederland ten opzichte van derden. Natuurlijk kunnen de betrokkenen zich wel uiten bij de vertrouwenspersoon. Een voorlopige zwijgplicht is nodig zodat er niet meer personen bij een zaak worden betrokken dan noodzakelijk is. Er moet worden voorkomen dat geruchten ontstaan en iemand al bij voorbaat als 'schuldig' wordt bestempeld. De zwijgplicht is ook belangrijk om te zorgen dat een eventuele strafrechtelijke procedure niet wordt belemmerd.

Als Jong Nederland afdeling kun je ten allen tijde overleggen met het Landelijk Bureau. Je bent ook verplicht te melden als er sprake is van (een vermoeden van) ongewenste intimiteiten.